Halte chaos als beleidsmodel

Een bushouder op de PL-route beschrijft een systeem waarin fatsoen wordt bestraft en brutaliteit wordt beloond. Wie netjes in de rij parkeert, ziet anderen “boren” en vooraan laden. Wie protesteert, krijgt intimidatie of dreiging met vechtpartijen. Intussen treedt handhaving selectief op: de politie bekeurt juist de bus die door de drukte net voorbij de hoek staat, terwijl het echte probleem het ontbreken van orde en controle is. De klacht is niet incidenteel maar structureel: dezelfde chaos wordt al jaren gezien.

De kern van het falen is bestuurlijk. De TCT (ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme) controle is volgens betrokkenen niet functioneel, controleurs zijn afwezig of niet inzetbaar, en klachten blijven hangen in het bureaucratische moeras van “Afdeling Agenda”, met wachttijden die oplopen tot vijf of zes maanden. Dat is geen planning maar uitstel als standaardbeleid. 

De bushouders vragen geen megaprojecten, maar basale voorwaarden: transparante registratie, consistente controle, gelijke toegang tot de halte en een aanspreekpunt dat besluiten kan nemen.

In het commentaar verschijnt een bredere verdenking: dat het ministerie telkens onder politieke beheerstructuren valt en daardoor niet levert, terwijl het om een beheersbare operatie gaat van minder dan duizend vergunningen. Er is bovendien ruis over vergunningen die in het verleden zouden zijn verstrekt aan personen zonder bus, wat het vertrouwen verder ondermijnt. 

Tegen die achtergrond klinkt de mededeling over een afspraak met Nederlandse Spoorwegen als afleiding door groot nieuws zonder zichtbare impact op straat. De bushouders roepen uiteindelijk president Jenny Simons op om orde te herstellen, precies omdat het normale kanaal de werkelijkheid niet meer bereikt.

error: Kopiëren mag niet!