Diplomatie op losse schroeven: een minister die andermans verworvenheden claimt

Wanneer een minister zonder diplomatieke achtergrond zich desondanks presenteert als architect van een nieuw diplomatiek kader, dan is het land gewaarschuwd. Melvin Bouva bevindt zich feitelijk nog in de leer, maar probeert het totale bestaande diplomatieke apparaat te vervangen door personen die op cruciale vlakken tekort zullen schieten. Omdat hij daarnaast ook zichzelf nauwelijks kan beroepen op bijzondere verworvenheden, grijpt hij naar een doorzichtige strategie die in Surinaamse bewoordingen neerkomt op: “gebruik tra sma aling fu prani ing karu.”

Bizarre bedragen en bestuurlijke misleiding

Zo houdt de bewering van minister Bouva dat zijn inzet doorslaggevend zou zijn geweest voor de recente financiële en materiële instroom naar Suriname geen stand bij toetsing aan verifieerbare feiten. De opgesomde bedragen en projecten tonen geen samenhangend patroon van individuele beleidssturing, maar illustreren een lappendeken van langlopende bilaterale, multilaterale en filantropische trajecten die grotendeels buiten één ministeriële portefeuille tot stand zijn gekomen.

De kwijtschelding van USD 16 miljoen door China in augustus 2025 past in een bredere Chinese schuldherstructureringspraktijk die wereldwijd wordt toegepast en niet specifiek het resultaat is van een afzonderlijke Surinaamse onderhandelingsprestatie. Hetzelfde geldt voor de schenking van zestien ambulances door China, een standaardvorm van ontwikkelingshulp binnen bestaande diplomatieke kaders. De USD 20 miljoen die in september 2025 in New York werd gecommitteerd door internationale natuurbeschermingsorganisaties is het gevolg van jarenlange ecologische positionering van Suriname en VN-processen, niet van ad-hoc ministerieel optreden.

De Indiase bijdrage van USD 250.000 voor Quick Impact Projects is qua omvang symbolisch en volgt een vast format binnen India’s ontwikkelingsdiplomatie. Het baggerproject van USD 10 miljoen met Invest International Nederland en het ministerie van Openbare Werken is expliciet gekoppeld aan een staatsbezoek en aan technische en infrastructurele noodzaak, niet aan individuele beleidsinzet. 

De Marokkaanse roadmap van USD 1 miljoen en de levering van 500 ton kunstmest ter waarde van USD 400.000 vallen onder een bilateraal samenwerkingskader dat collectief is voorbereid en uitgevoerd.

Ook de genoemde meeropbrengsten bij PSA van circa USD 400.000 zijn operationeel en contractueel van aard, geen diplomatieke verworvenheid. De aangekondigde EUR 66 miljoen in het kader van het slavernijverleden, via de IDB en Nederland, bevindt zich bovendien nog in een procesfase en kan niet als gerealiseerde opbrengst worden gepresenteerd. Projecten met Japan, Turkije, de VS en de EU bevinden zich eveneens in de pijplijn en zijn per definitie geen bewijs van afgeronde resultaten.

De afschaffing van de PSA heeft financiële impact en moet ook de goedkeuring van de minister van Financiën en de 

RVM hebben. Het is dus hun verworvenheid.

Conclusie

De kernfout in het narratief van de minister is de impliciete suggestie dat deze bedragen optelbaar zijn als directe opbrengst van persoonlijke inzet. In werkelijkheid weerspiegelen zij structurele internationale relaties, bestaande verdragen en institutionele processen. Het presenteren van deze uiteenlopende posten als één beleidsmatige prestatie is inhoudelijk onjuist en bestuurlijk misleidend.

Rakesh Jhagroe.

Voorzitter Adviesraad DNL

error: Kopiëren mag niet!