Ronnie Brunswijk (ABOP) heeft maandagmiddag bij de voortzetting van het debat in de Nationale Assemblee over de wetsvoorstellen die hervormingen van de rechterlijke macht beogen, zich kritisch en bezorgd uitgelaten. Het voorstel voor het instellen van een College van Procureurs-Generaal, in plaats van de huidige één-koppige leiding bij het Openbaar Ministerie, brengt volgens hem grote risico’s met zich mee. Hij ziet in de wetsvoorstellen geen versterking van waarborgen, maar een verschuiving van macht, waarbij juist minder helderheid ontstaat over wie de leiding heeft over opsporing en vervolging. Dit is volgens Brunswijk geen modernisering.
Over de invoering van een derde rechtsinstantie (cassatie rechtspraak) kan Brunswijk inhoudelijk meegaan, maar heeft ernstige bezwaren dat essentiële aspecten van de hoogste rechtsinstantie. zoals de samenstelling en bevoegdheden, worden overgelaten aan de gewone wetgeving. Alternatieven in de toekomst worden uitgesloten.
Het Assembleelid vindt dat voor dergelijke zwaarwichtige wetswijzigingen die de kern van de rechtsstaat raken, het de regering moet zijn die het voortouw neemt. Dergelijke zwaarwichtige wetswijzigingen moeten niet overgelaten worden aan leden van het parlement om met initiatiefvoorstellen te komen.
Ebu Jones (NDP), een van de initiatiefnemers van de wetsvoorstellen, viel over deze opmerking en reageerde fel. Jones wijst erop dat elk Assembleelid het recht heeft initiatiefvoorstellen in te dienen.
Mist constitutionele visie
Brunswijk vervulde maandag zijn spreekbeurt als lid van de Commissie van Rapporteurs. Het gaat bij hem niet om de voorgestelde hervormingen van de rechterlijke macht, maar om hoe er hervormd wordt. De wijzigingen worden volgens hem gepresenteerd als noodzakelijk en modernisering, maar missen constitutionele visie. Dat maakt het kwetsbaar.
Brunswijk ziet het als problematisch dat via afzonderlijke en deels overlappende wetten nu ingrijpende keuzes worden gemaakt over cassatie rechtspraak en de organisatie en inrichting van het Openbaar Ministerie, zonder dat de voorstellen zichtbaar in samenhang zijn doordacht.
Het huidige model waarbij de leiding bij het Openbaar Ministerie bij 1 procureur-generaal ligt, is volgens Brunswijk een bewuste staatsrechtelijke keuze geweest om het vervolgingsmonopolie af te schermen van politieke aansturing. Dit uitgangspunt vormt de hoeksteen van de rechtsorde. Rechtssystemen van landen verschillen in vorm, maar delen in 1 kern: Politieke invloed op vervolging is slechts aanvaardbaar onder zware waarborgen en bij voorkeur helemaal niet. Tegen die achtergrond is hij kritisch over wetsvoorstellen die bestaande waarborgen in Suriname juist verzwakken.
Hervorming is volgens Brunswijk noodzakelijk, maar hervorming zonder respect voor institutionele balans is gevaarlijk. De rechtstaat leeft niet van goede bedoelingen, maar moet het hebben van structuren die machtsmisbruik voorkomen. Het Assembleelid roept op om te leren van rechtsstelsels van andere landen, maar niet om die klakkeloos over te nemen.
