De overheid heeft besloten hard op te treden tegen gokken. Niet tegen het gokken zelf, maar tegen alles wat zichtbaar is. Goklokalen gaan dicht, vergunningen worden ingeperkt en ondernemers die netjes belasting betalen mogen hun stoelen opstapelen. Het probleem is volgens de initiatiefnemers daarmee opgelost. De digitale wereld is blijkbaar onder de indruk.
Want terwijl de deuren van lokale gokhallen op slot gaan, blijft het internet beleefd openstaan. Duizenden online goksites kijken rustig toe hoe Suriname strijdt tegen roulettetafels van hout, terwijl digitale casino’s met één klik bereikbaar zijn. Geen sluitingstijd, geen toezicht, geen belastingaanslag. Alleen een wifisignaal en een VPN, die inmiddels goedkoper is dan een frisdrank.
De redenering is eenvoudig. Wat men ziet, kan men aanpakken. Wat men niet ziet, bestaat beleidsmatig niet. Dat verklaart ook waarom legale goklokalen, die personeel hebben, regels volgen en afdragen aan de staatskas, ineens het hoofdprobleem zijn. Ze zijn zichtbaar. Ze hebben een adres. En ze betalen belasting. Dat maakt ze verdacht.
Volgens de nieuwe logica beschermt men burgers door het gecontroleerde deel van de sector te slopen, zodat spelers noodgedwongen uitwijken naar het ongecontroleerde deel. Dat heet preventie. Althans, op papier. In de praktijk heet het wegkijken met wetgeving.
De overheid benadrukt dat men “de jeugd wil beschermen”. Dat klinkt nobel, tot men beseft dat jongeren vandaag eerder een smartphone hebben dan toegang tot een goklokaal. Maar smartphones vallen buiten het beleid. Die hebben geen vergunning nodig en betalen geen belasting, dus daar is weinig tegen te beginnen.
Critici wijzen erop dat dit beleid vooral goed werkt voor politieke toespraken. Het oogt daadkrachtig, levert applaus op en kost weinig denkwerk. Dat het probleem zich simpelweg verplaatst van de straat naar het scherm, wordt gezien als een detail.
Zo wordt gokken niet minder, maar onzichtbaarder. De staatskas leger. Het toezicht zwakker. En het beleid tevreden. Want de deur is dicht. Dat het raam wagenwijd openstaat, is een zorg voor later.
