De uitspraak “no test mi” klinkt stoer, bijna heroïsch, maar in de praktijk werkt het als een open uitnodiging. Criminelen horen dat niet als waarschuwing, maar als spelregel. Dan volgt automatisch de wedervraag: wat dan, wat ga je doen. Kom mij halen. Het is een bekend ritueel. Elke nieuwe minister erft dezelfde bravoure, dezelfde woorden, en dezelfde lege gereedschapskist.
De uitdaging verplaatst zich snel naar het binnenland. Kom ons halen daar. Dat klinkt als een actiefilm, maar eindigt steevast als een logistiek rapport. Geen voertuigen. Geen brandstof. Geen personeel. Helikopters op papier, boten in de verbeelding. De criminaliteit staat klaar, de staat zoekt nog naar de sleutel van het magazijn. Ondertussen wordt het woord gezag herhaald alsof herhaling vanzelf middelen creëert.
Voorgangers hadden ook bigie mofo. Grote woorden, zware toon, ferme persmomenten. Het saldo bleef consistent nul. Niet omdat niemand wilde, maar omdat willen zonder capaciteit vooral theater is.
De minister roept, de echo antwoordt, en ergens diep in het bos lacht iemand zachtjes.
Humor is hier geen luxe maar noodzaak. Zonder humor blijft alleen de tragiek over. En die laat zich minder makkelijk relativeren dan een uitdagende oneliner.
