Nieuwe frisheid, oude reflexen van Santokhi

Wanneer partijleider Chandrikapersad Santokhi van de VHP “na jaren aan de knoppen: spreekt over een “nieuwe en frisse” start, is dat vanuit gedragskundig perspectief een interessant moment. Niet omdat vernieuwing onmogelijk is, maar omdat mensen en organisaties zelden veranderen op het moment dat zij dat hardop beloven. Integendeel. De belofte zelf is vaak een signaal dat het oude patroon nog stevig verankerd zit.

In menselijk gedrag geldt een eenvoudige wet: wie structureel fouten maakt en daar electorale of interne macht aan ontleent, heeft weinig prikkel om wezenlijk te veranderen. Kritiek wordt dan niet gezien als leerinformatie, maar als ruis. Correcties worden aangekondigd, hervormingen benoemd, doelgroepen opgesomd. Jongeren, vrouwen, alle etnische groepen. Het rijtje is bekend. 

Het probleem is niet het taalgebruik, maar het mechanisme erachter. Verandering wordt extern gecommuniceerd, niet intern afgedwongen.

Organisaties die jarenlang op loyaliteit in plaats van competentie hebben gestuurd, kunnen zichzelf niet heruitvinden met dezelfde gezichten en dezelfde informele machtslijnen. 

Mensen die fouten hebben begaan zonder consequenties, leren niet dat het anders moet. Zij leren dat het systeem hen beschermt. Dat maakt elke belofte van vernieuwing verdacht, hoe fris het woord ook klinkt.

Waar zou men dan moeten beginnen. Niet bij slogans, congressen of mediaprogramma’s, maar bij gedrag dat pijn doet. Dat betekent functies loskoppelen van personen. Dat betekent falen benoemen zonder verzachtende bijvoeglijke naamwoorden. Dat betekent dat mensen die schade hebben veroorzaakt niet herschikken, maar verwijderen. In gedragswetenschappen heet dat het doorbreken van bekrachtiging. Zolang oud gedrag wordt beloond, blijft het bestaan.

Een partij die werkelijk wil vernieuwen, begint dus niet met het verkopen van hoop, maar met het organiseren van verlies. Verlies van posities, verlies van privileges, verlies van vanzelfsprekendheid. Pas daarna ontstaat ruimte voor jongeren, vrouwen en anderen die nu vooral als decor in toespraken fungeren. Zonder die stap blijft “nieuw en fris” een geur, geen inhoud.

error: Kopiëren mag niet!