In een land waar de meeste burgers elke maand opnieuw moeten rekenen en schrappen, klinkt het woord toelage als een vloek. De recente besluiten rond extra kabinetstoelagen hebben dat gevoel verder aangescherpt. Terwijl burgers een eenmalige SRD 1.000 ontvangen en geacht worden daar dankbaar voor te zijn, lezen zij in officiële stukken percentages van 20, 40 en zelfs 60 procent extra bovenop salarissen van medewerkers van het kabinet van de president.
Het contrast is pijnlijk en roept voorspelbaar boosheid op.
De verdediging laat zich ook raden. Kabinetsmedewerkers maken lange dagen, draaien onregelmatige diensten en leven met een agenda die weinig ruimte laat voor gezinsleven of privé rust. Dat argument is niet onwaar. Beleidsvoorbereiding, crisisoverleg en politieke coördinatie stoppen niet om vier uur. Wie daar werkt, levert onmiskenbaar kwaliteit van leven in. In die zin is een toelage logisch en verdedigbaar binnen een rationeel bestuursmodel.
Maar de discussie begint pas echt bij de hoogte en de reikwijdte van die toelagen. Zijn percentages tot 60 procent proportioneel in een economie waar koopkracht structureel is uitgehold. En belangrijker nog, vallen onder deze regelingen uitsluitend capabele en zwaarbelaste functionarissen, of ook politieke meelopers met beperkte expertise maar goede connecties. Voor burgers is dat onderscheid onzichtbaar, en precies daar ontstaat wantrouwen.
De satire wordt compleet wanneer men zich herinnert dat president Simons in eerdere jaren scherpe kritiek had op vergelijkbare toelagen onder president Santokhi. Toen heetten ze symbool van bestuurlijke zelfverrijking en wereldvreemd beleid. Nu, gezeten op dezelfde stoel, blijken de spelregels plots flexibeler. De wedstrijd ziet er anders uit vanaf de dug-out van de macht.
Burgers begrijpen heus wel dat bestuur geld kost. Wat zij niet begrijpen, is waarom soberheid altijd onderaan begint en compensatie structureel bovenaan eindigt. Dat onbegrip voedt boosheid, en boosheid verdwijnt niet met een eenmalige uitkering, maar met consistent en geloofwaardig beleid.
