Eind jaren negentig was Leonardo DiCaprio zonder twijfel de grootste jonge ster van Hollywood. Met films als ‘What’s Eating Gilbert Grape’ en ‘Romeo + Juliet’ had hij zowel critici als publiek overtuigd, waardoor hij kon kiezen uit de meest begeerde projecten.
Die luxe bracht ook moeilijke beslissingen met zich mee. In 1997 stond DiCaprio op een kruispunt in zijn carrière, net op het moment dat hij werd gecast als Jack Dawson in James Camerons ambitieuze rampenepos ‘Titanic’.
‘Titanic’ groeide uit tot een ongekend fenomeen en werd destijds de meest succesvolle film ooit, met een wereldwijde opbrengst van ruim 2 miljard dollar. DiCaprio werd in één klap een wereldster en het romantische drama bepaalde jarenlang zijn imago. Toch betekende die keuze dat hij een andere opvallende rol liet schieten. DiCaprio bedankte namelijk voor de hoofdrol in Paul Thomas Andersons ‘Boogie Nights’, die uiteindelijk naar Mark Wahlberg ging en diens carrière lanceerde.
‘Boogie Nights’ verscheen eveneens in 1997 en groeide uit tot een cultklassieker. De film, met ook Julianne Moore, Burt Reynolds en Philip Seymour Hoffman, werd geprezen om zijn energieke stijl en scherpe blik op de porno-industrie van de jaren zeventig.
