Import knop als levenslijn

Wanneer morgen de importen stoppen, volgt geen debat maar paniek. Niet omdat Surinamers lui zijn of boeren onbekwaam, maar omdat het systeem zo is ontworpen. Lokale veeteelt is kleinschalig, koude opslag schaars, logistiek gefragmenteerd, ondersteuning versnipperd. 

De markt is niet gebouwd op continuïteit, maar op aanvoer van buiten. Zodra die stokt, schieten prijzen omhoog, ontstaan tekorten en wordt afhankelijkheid zichtbaar als beleid.

Dat is geen veerkracht. Dat is uitstel. Een economie die zijn basisvoeding niet kan garanderen zonder externe toevoer, functioneert slechts bij gratie van andermans stabiliteit. Dat is geen natuurwet, maar een keuze.

Het commentaar is eenvoudig. Productie schaal je. Opslag bouw je. Kennis organiseer je. Boeren ondersteun je structureel, niet projectmatig. Planning meet je in jaren, niet in persmomenten. Landbouw is geen nostalgie of politiek symbool, maar infrastructuur. 

Wie voedselzekerheid uitbesteedt, besteedt soevereiniteit uit. Wie het herbouwt, koopt tijd, stabiliteit en autonomie terug.

error: Kopiëren mag niet!