Cijfers dalen, angst stijgt

Volgens de minister van Justitie en Politie  Harish Monorath is de algemene
criminaliteit met circa 23 procent gedaald. Die bewering klinkt bekend. De
afgelopen twintig jaar presenteerden opeenvolgende ministers vergelijkbare
cijfers, telkens met de impliciete conclusie dat de veiligheid verbetert. De burger
hoort dit aan, maar ervaart iets anders. De kern van het probleem ligt niet
uitsluitend in de cijfers, maar in wat zij wel en niet meten.

Een criminoloog wijst erop dat geregistreerde criminaliteit geen directe
afspiegeling is van feitelijke onveiligheid. Aangiften nemen af wanneer burgers
het vertrouwen verliezen dat melden zin heeft.

Minder meldingen kunnen
statistisch als daling worden gepresenteerd, terwijl feitelijk sprake is van
terugtrekgedrag. Criminaliteit verdwijnt dan niet, maar verdwijnt uit de tabellen.
Daarnaast focussen beleidsstatistieken vaak op totalen, terwijl burgers veiligheid
lokaal beleven. EƩn woninginbraak in een woonwijk weegt psychologisch
zwaarder dan tien niet-gewelddadige feiten elders. Media-aandacht, sociale
media en geruchten versterken dit effect. Het gevoel van onveiligheid volgt
perceptie en nabijheid, niet landelijke gemiddelden.

Elke minister verslaat criminaliteit op papier, maar niemand verslaat angst in de
straat. Zolang cijfers worden ingezet als politieke verdedigingslinie en niet als
instrument om zichtbare, voelbare veiligheid te verbeteren, blijft de kloof
bestaan. De samenleving wantrouwt geen statistiek omdat zij dom is, maar omdat
haar dagelijkse ervaring structureel niet wordt erkend.

error: Kopiƫren mag niet!