Hof bevestigt veroordeling Angnoe Ashwin en gelast teruggave onroerend goed

Het Hof van Justitie heeft het vonnis tegen Angnoe Ashwin bevestigd overeenkomstig de uitspraak van 31 januari 2022. Daarmee blijft de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren onvoorwaardelijk in stand.

Vastgesteld is dat de veroordeelde inmiddels twee derde deel van deze straf heeft uitgezeten, hetgeen uitsluitend relevant is voor de executiefase en geen afbreuk doet aan de geldigheid van de veroordeling zelf.

In het kader van de vermogensrechtelijke beslissingen heeft het Hof geoordeeld dat het aan Ashwin toebehorende onroerend goed niet langer vatbaar is voor strafrechtelijke onttrekking. De teruggave van het onroerend goed aan de verdachte is derhalve bevolen, nu onvoldoende juridische grondslag bestaat om dit vermogensbestanddeel onder verbeurdverklaring of ontneming te laten vallen.

Ten aanzien van de financiële afwikkeling heeft het Hof beslist dat Ashwin hoofdelijk betrokken blijft bij de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gezamenlijk met Van Trikt. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op een bedrag van EUR 625.000. Deze ontnemingsmaatregel heeft een reparatoir karakter en strekt ertoe het door strafbare feiten verkregen voordeel aan het vermogen van de betrokkenen te onttrekken, los van de reeds opgelegde vrijheidsstraffen.

Met deze beslissing heeft het Hof enerzijds de strafrechtelijke aansprakelijkheid bevestigd en anderzijds een duidelijke correctie aangebracht in de vermogensrechtelijke consequenties, waarbij onderscheid is gemaakt tussen persoonlijke straf en rechtmatig eigendom.

error: Kopiëren mag niet!