Aanhoudende hoge inflatie tast de koopkracht van burgers structureel aan, ook wanneer het inflatieniveau is teruggebracht van extreem naar “beheersbaar”.
In Suriname is de inflatie gedaald van ruim zestig procent in 2021 naar circa dertien procent vandaag, maar dit niveau blijft economisch schadelijk. Elke maand waarin prijzen sneller stijgen dan inkomens, verliest de burger reële koopkracht.
Basisuitgaven zoals voeding, energie, transport en huur nemen een steeds groter deel van het inkomen in beslag, waardoor ruimte voor sparen, onderwijs of gezondheidszorg verdwijnt. De middenklasse wordt daarbij het hardst geraakt: te “rijk” voor gerichte steunmaatregelen, maar onvoldoende beschermd tegen structurele prijsstijgingen.
President Jennifer Simons benadrukt terecht dat het terugdringen van inflatie tijd, consistent beleid en verantwoordelijkheid vereist en dat brede loonverhogingen niet realistisch zijn zonder nieuwe inflatiedruk te creëren. Vanuit macro-economisch perspectief is dit correct. Loonstijgingen die niet worden gedekt door productiviteitsgroei leiden tot hogere kosten voor bedrijven, die vervolgens worden doorberekend aan consumenten. Het resultaat is een vicieuze cirkel waarin prijzen en lonen elkaar blijven opjagen.
Deze economische rationaliteit werkt echter niet geruststellend op micro-niveau. Voor burgers betekent het uitblijven van looncompensatie dat zij langdurig moeten aanpassen aan een lager reëel inkomen. Dat heeft niet alleen financiële, maar ook mentale gevolgen. Gezinnen stellen noodzakelijke aankopen uit, leven permanent in onzekerheid en verliezen het gevoel van controle over hun toekomst. Ouders ervaren stress bij het maken van keuzes tussen schoolkosten, medische zorg en dagelijkse boodschappen. Jongeren uit de middenklasse zien studiekansen afnemen en stellen gezinsvorming uit.
Een econoom wijst erop dat langdurige inflatie leidt tot “psychologische verarming”: niet alleen de portemonnee krimpt, maar ook het vertrouwen in vooruitgang. Wanneer burgers structureel moeten overleven in plaats van plannen, ondermijnt dit sociale stabiliteit en maatschappelijke cohesie.
Inflatiebestrijding is daarom niet louter een technisch beleidsdoel, maar een randvoorwaarde voor mentale rust, sociale zekerheid en duurzaam vertrouwen in de economie.
