Op maandag 19 januari 2026 zal het Hof van Justitie van Suriname zijn definitieve uitspraak
doen in de beroemde CBVS-hoger-beroepzaak. Dit moment markeert het hoogtepunt van een
verbijsterend zesjarig juridisch odyssee waarin vijf personen verstrikt raakten, de natie
gefascineerd werd en de fundamenten van rechtspraak, mensenrechten en economische
soevereiniteit in Suriname op de proef werden gesteld. Voor de verdachten, hun families en vele
waarnemers is dit meer dan een proces. Het is het einde van een lange, moeizame strijd voor
rechtvaardigheid.
De kern van de zaak: Beleid of misdaad?
In de kern heeft deze zaak altijd één diepgaande vraag gesteld: Kunnen de wanhopige,
crisisbestrijdende beleidsbeslissingen van een regering en haar centrale bank worden vervolgd
als strafbare feiten? De zaak betreft vijf personen uit de vorige regering, waaronder oud-minister
van Financiën Gillmore Hoefdraad en oud-president van de Centrale Bank Robert-Gray van
Trikt. Hoewel allen worden aangeklaagd, worden de zwaarste beschuldigingen waaronder
deelname aan een criminele organisatie slechts tegen drie geuit. Het narratief van het Openbaar
Ministerie schetst een beeld van beraamde wangedrag: het omzeilen van wetten, het tekenen van
kostbare contracten en het illegaal doorsluizen van centralebankfondsen naar de staat om een
fiscale ineenstorting te verbergen.
De verdediging, gesteund door een berg aan documentair bewijs, vertelt een verhaal van
crisisbeheersing. Zij stellen dat in 2019, met een vrije valende economie, afgesloten mondiale
kredietlijnen en een staat die niet in staat was salarissen te betalen, de autoriteiten ieder
beschikbaar juridisch instrument gebruikten inclusief de aankoop van toekomstige staatsroyalty
om noodliquiditeit te verschaffen en een totale maatschappelijke ineenstorting te voorkomen.
Hun leidend principe was niet corruptie, maar de zorgtaak en het algemeen belang.
Het bewijs dat het speelveld veranderde
In de loop van zes jaar transformeerde het bewijslandschap. De initiële aantijgingen van het OM
over ;exorbitante fees; en “wurgcontracten” werden kritisch ondermijnd door hun eigen
deskundige getuige. Het Kroll forensisch rapport, in opdracht van de Procureur-Generaal
opgemaakt, concludeerde dat de advieskosten marktconform waren, het bedrijf gekwalificeerd
was en de betalingsstructuren, hoewel fors, niet ongebruikelijk waren gegeven het risico.
Bovendien bevestigden internationale instanties zoals het IMF de ernstige economische crisis
van 2019, en de eigen rapporten van de Centrale Bank toonden aan dat belangrijke indicatoren
zoals inflatie en wisselkoersstabiliteit succesvol werden gehandhaafd tijdens deze periode. De
verdediging stelde consequent dat dit effectieve crisisbeheersing aantoonde, geen criminele
opzet.
Een mensenrechtenmarathon
Naast de juridische argumenten is deze zaak een mensenrechtenmarathon geweest. De
langdurige voorlopige hechtenis van verdachten, die meer dan vier jaar duurde voor enige
veroordeling, trok scherpe kritiek van nationale en internationale mensenrechten-organisaties. De
verdediging framede dit niet alleen als een juridische strijd, maar als een gevecht voor
fundamentele vrijheden tegen wat zij een politisch gemotiveerde vervolging noemden,
ontworpen om het beleid van de vorige regering te criminaliseren.
Het gebruik van de Surinaamse Anti-Corruptiewet (ACW) werd een cruciaal twistpunt. De
verdediging betoogde succesvol dat de wet en misschien nog steeds niet volledig operationeel
was, omdat de verplichte Anti-Corruptiecommissie en Integriteitscode ontbraken die nodig zijn
om overtredingen eerlijk te definiëren en te beoordelen. Vervolging onder een onvoltooide wet,
zo stelden zij, schond het fundamentele rechtsbeginsel van rechtszekerheid.
Wat er op het spel staat op 19 januari
De uitspraak van maandag gaat over meer dan het lot van vijf individuen. Het zet een precedent
met diepgaande implicaties voor de toekomst van Suriname:
- Voor bestuur:
Zullen toekomstige overheidsfunctionarissen nog durfrijke, noodzakelijke acties kunnen
ondernemen tijdens nationale noodsituaties, of zullen zij opereren in angst voor
strafrechtelijke vervolging voor beslissingen die later als onpopulair of onconventioneel
worden beoordeeld? - Voor de rechtsstaat:
Zal het Hof het beginsel handhaven dat strafrecht bedoeld is voor het bestraffen van
duidelijke misdrijven (diefstal, omkoping, fraude) en niet voor het beslechten van
geschillen over economisch beleid en crisisrespons? - Voor nationale verzoening:
Een uitspraak die als rechtvaardig en strikt in de wet wordt gezien, zou kunnen helpen
verdeeldheid te helen. Eén die als politiek wordt gezien, kan deze verdiepen.
Na zes jaar van beschuldigingen, onderzoeken, getuigenissen en beroepen is het publiek
uitgeput. De verdachten hebben een half decennium van diepgaand persoonlijk en professioneel
onzeker bestaan doorstaan. De natie heeft een complex drama zien ontvouwen, vaak door een
waas van politieke spin.
Op maandag valt de hamer. De uitspraak van het Hof zal eindelijk antwoord geven op de vraag
of de acties van 2019 een criminele samenzwering waren of een tragische noodzaak; een
onderscheid dat nog jaren zal nagalmen in Surinames instituties, zijn economie en zijn
democratie. Voor iedereen die heeft gestreden, gewacht en toegekeken, is 19 januari 2026 niet
zomaar een zittingsdag; het is de dag waarop Suriname kiest voor de betekenis van
rechtvaardigheid in zijn moeilijkste uur.
