Het structureel weigeren van quorum in De Nationale Assemblee is geen procedureel incident, maar een symptoom van diepgewortelde bestuurlijke onkunde. Een bestuurskundige ziet hierin geen tactische finesse, maar een fundamenteel falen in het begrijpen van de eigen constitutionele rol. Het parlement is geen verlengstuk van partijhiërarchie, maar een staatsorgaan met een zelfstandige verantwoordelijkheid tegenover de samenleving. Dat onderscheid wordt consequent genegeerd.
De kern van het probleem is rolverwarring. Een DNA-lid wordt niet gekozen om partijbelangen af te dwingen via blokkades, maar om wetgevende arbeid te verrichten, controle uit te oefenen op de uitvoerende macht en het algemeen belang te dienen. Quorum is bedoeld als waarborg voor representativiteit, niet als chantagemiddel. Wie quorum inzet om interne coalitiegeschillen of oppositiestrategieën af te dwingen, misbruikt een institutioneel instrument voor partijpolitieke pressie.
Dat de coalitie met 34 zetels niet in staat is het minimum van 26 leden te mobiliseren, wijst op een gebrek aan interne discipline en bestuurlijke volwassenheid. Dat de oppositie vervolgens hetzelfde middel inzet onder het mom dat “de coalitie dat maar moet regelen”, getuigt van dezelfde kortzichtigheid. Beide kampen reduceren het parlement tot een slagveld van partijmacht, waarbij staatsbelang ondergeschikt raakt.
Bestuurlijk gezien is dit gedrag destructief. Wetgeving stagneert, toezicht vervaagt en publieke instituties verliezen legitimiteit. Burgers zien geen debat, geen besluitvorming, geen verantwoordelijkheid, maar een gesloten deur. Het argument dat men handelt uit principe is ongeloofwaardig zolang dat principe neerkomt op verlamming van het hoogste volksvertegenwoordigende orgaan.
Een DNA-lid is geen partijafgevaardigde met vrij mandaat om staatsprocessen te saboteren wanneer interne wensen niet worden ingewilligd. Het mandaat is publiek, niet particulier. Zolang volksvertegenwoordigers dit onderscheid niet begrijpen of bewust negeren, blijft quorum geen instrument van democratie, maar een wapen tegen haar functioneren.
