“De rijken worden rijker, de luien leven gratis en de middenklasse betaalt alles.” Deze zin vat in één klap een realiteit samen die ook in Suriname steeds zichtbaarder wordt. De bovenlaag consolideert vermogen via politieke toegang, staatscontracten en fiscale uitzonderingen, terwijl risico’s structureel worden afgewenteld op dezelfde groep werkenden en ondernemers die geen vangnet hebben en geen privileges genieten.
In Suriname manifesteert dit zich via een combinatie van zwak fiscaal beleid, inefficiënte staatsbedrijven en een sociale structuur waarin verantwoordelijkheid diffuus is. Subsidies, vrijstellingen en reddingsoperaties worden gepresenteerd als sociaal beleid, maar missen vaak duidelijke voorwaarden, controle en meetbare resultaten.
De kosten verdwijnen niet; ze verschuiven. Inflatie, hogere tarieven
voor nutsvoorzieningen en indirecte belastingen landen uiteindelijk bij de middenklasse.
Tegelijkertijd blijft kapitaal geconcentreerd. Grote spelers hebben toegang tot informatie, invloed en regelgeving op maat. Kleine en middelgrote bedrijven dragen relatief zwaardere lasten, terwijl hun toegang tot krediet, stabiele energie en betrouwbare infrastructuur beperkt blijft.
De arbeidsmarkt beloont inspanning onvoldoende, waardoor productiviteit niet vertaalt naar koopkracht. Dit systeem is niet duurzaam. Zonder hervormingen die lasten eerlijk verdelen,
staatsbedrijven professionaliseren en privileges afbouwen, blijft de middenklasse de structurele financier van inefficiëntie.
Economische groei zonder institutionele correctie verdiept ongelijkheid. In Suriname is dat geen abstract debat, maar een dagelijks voelbare realiteit.
