Suriname heeft er één: een minister die verantwoordelijk is voor de toekomst, maar niet voor
het heden. Terwijl wegen vol kuilen liggen, scholen leeglopen en ziekenhuizen improviseren,
presenteert hij met vaste hand Vision 2040, 2050 en zelfs 2075. De slides zijn strak, de
beloften ambitieus, de realiteit afwezig.
In persconferenties wordt gesproken over duurzame groei, regionale hubs en digitale
transformatie. Buiten vallen generatoren uit en wacht de burger op basisvoorzieningen.
Kritische vragen worden vriendelijk beantwoord met een horizon: “Dit past in onze
langetermijnvisie.” Het heden wordt daarbij gezien als een lastige tussenfase.
De minister reist, overlegt en tekent intentieverklaringen, terwijl resultaten worden
doorgeschoven naar een volgende kabinetsperiode. Want toekomstvisies hebben een groot
voordeel: niemand kan ze vandaag controleren.
Zo leeft het land van belofte naar belofte. De toekomst is altijd prachtig, zolang zij maar ver
genoeg weg blijft. En de minister? Die werkt hard. Aan morgen. Vandaag even niet.
