Suriname is op dieet. Niet vrijwillig, maar opgelegd. Het heet het hervormingsdieet en werkt maar in één richting. De burger moet afvallen, de top mag aankomen. Elke maand wordt het menu aangepast: minder subsidies, hogere tarieven, duurdere brandstof, creatiever koken. “Het is gezond”, zegt men, terwijl de koelkast leger wordt.
De gewone Surinamer leert leven zonder luxe zoals stabiele stroom, betaalbaar water en voorspelbare prijzen. Dat is discipline. Dat is karaktervorming. Dat heet hervormen. Ondertussen zitten beleidsmakers niet op dieet, maar aan tafel. Hun porties zijn beschermd tegen inflatie en hun eetlust tegen kritiek. Dat heet verantwoordelijkheid dragen.
Wanneer iemand klaagt, wordt uitgelegd dat pijn nodig is om beter te worden. Het lichaam van de economie moet wennen. Dat sommige gezinnen al op bot en vel zitten, wordt gezien als een tijdelijke bijwerking. Meten we later wel.
Het hervormingsdieet kent geen einddatum. Elke keer als verbetering in zicht komt, wordt het schema verlengd. Nog even volhouden. Nog een ronde besparen. Nog een uitleg.
En zo wordt armoede verpakt als kuur. Wie het niet overleeft, had blijkbaar te weinig discipline. Dat is de harde maar eerlijke conclusie van een dieet dat altijd slaagt. Voor degenen die het nooit hoeven te volgen.
