Wanneer een staatshoofd of ministeriële delegatie een officieel werkbezoek aflegt dat volledig wordt gefinancierd door een derde partij, ontstaat een klassiek criminologisch risico op wat internationaal wordt aangeduid als undue influence.
Het feit dat Suriname geen reiskosten betaalde voor het bezoek van president Jennifer Simons aan Hospital Internacional de Colombia in Colombia is juridisch niet automatisch corrupt, maar bestuurlijk wel problematisch. In de criminologie geldt dat corruptie zelden begint met een envelop, maar met normalisering van voordelen die “praktisch” of “kostenbesparend” worden genoemd.
Derde partij financiering creëert een asymmetrische relatie. De ontvanger van het voordeel bevindt zich, bewust of onbewust, in een positie van morele verplichting. Dit vergroot de kans op beleidsvoorkeuren, toegang tot besluitvorming of toekomstige contracten. Zelfs als er geen tegenprestatie volgt, is de schade al aanwezig: erosie van publieke vertrouwensnormen. Transparantie achteraf neutraliseert dit risico slechts gedeeltelijk; preventie vereist dat de staat zelf betaalt.
Internationaal bestaan duidelijke precedenten. In Japan traden meerdere ministers af nadat bleek dat zij reizen en luxe diners hadden geaccepteerd van bedrijven die onder hun beleidsdomein vielen. In Zuid-Korea leidde acceptatie van geschenken en hospitality door hooggeplaatste functionarissen tot ontslagen en strafrechtelijke vervolging onder strikte anticorruptiewetgeving. In het Verenigd Koninkrijk zagen ministers zich gedwongen terug te treden wegens niet gemelde reizen en voordelen, ook wanneer geen directe tegenprestatie werd bewezen. De standaard was niet schuld, maar schijn van belangenverstrengeling.
Vanuit criminologisch perspectief is de kernvraag niet of intentie corrupt was, maar of het systeem ruimte laat voor beïnvloeding.
Gratis bekostiging door private of buitenlandse instellingen ondermijnt institutionele onafhankelijkheid. Een robuuste bestuurscultuur accepteert daarom geen “gratis” voordelen in officiële contexten. De goedkoopste reis kan uiteindelijk de duurste zijn, wanneer vertrouwen structureel wordt aangetast.
