De perfecte kapotte dienstverlening

In Suriname is openbare dienstverlening zelden stuk door toeval. Ze is stuk door ontwerp. Ziekenhuizen functioneren net genoeg om niet te sluiten, scholen net genoeg om diploma’s uit te delen en wegen net genoeg om elke vier jaar opnieuw hersteld te worden. 

Niet omdat het niet beter kan, maar omdat beter onhandig is voor wie eraan verdient. Een goed werkend systeem is namelijk lastig te factureren, moeilijk uit te stellen en vrijwel onmogelijk om eindeloos te “herstructureren”.

Begrotingen worden keurig goedgekeurd, persberichten zorgvuldig opgesteld en projecten strategisch vertraagd. Elke vertraging creëert ruimte. Ruimte voor meer advies, meer aannemers, meer noodoplossingen. De burger leert intussen een nieuw vocabulaire: “even wachten”, “komt goed”, “geduld hebben”. Het wordt een nationale vaardigheid.

Wanneer iets wél werkt, ontstaat ongemak. Efficiëntie roept vragen op. Transparantie is gevaarlijk. Want elk kapot systeem heeft één constante: iemand heeft belang bij de breuk. Een ziekenhuis zonder medicijnen creëert leveranciers. Een school zonder middelen creëert projecten. Een slechte weg creëert herstelcontracten.

Het probleem is dus niet dat Suriname zijn systemen niet kan repareren. Het probleem is dat te veel mensen verdienen aan het kapot laten. Openbare dienstverlening wordt zo een privéonderneming, gefinancierd door publieke hoop en collectief vergeten.

Disclaimer: Dit is satire. Eventuele overeenkomsten met de werkelijkheid zijn geen toeval, maar structureel.

error: Kopiëren mag niet!