Elke crisis arriveert tegenwoordig met een glimlach. Ministers staan voor de camera en leggen uit dat moeilijke tijden vooral “kansen” zijn. Voor wie precies, blijft altijd vaag, maar het klinkt hoopvol genoeg om niets te hoeven doen. Stroomuitval is een kans voor innovatie. Inflatie is een kans om bewuster te leven. Lege winkels zijn een kans voor creativiteit in de keuken.
Hoe groter de ellende, hoe enthousiaster de toon. “We moeten dit moment grijpen,” zegt men, terwijl burgers het moment vooral proberen te overleven. Wie klaagt, begrijpt de kansen niet. Wie vraagt om oplossingen, denkt te kortetermijn. Wie honger heeft, mist visie.
In beleidsstukken bloeit de crisis op tot een inspirerend verhaal. In de straat blijft zij gewoon crisis. Daar heet een kans nog steeds een probleem dat opgelost moet worden.
Zo verandert falend beleid in een motiverende speech. Want als alles een kans is, is niets meer een fout. En zolang de crisis kansen biedt, hoeft niemand verantwoordelijkheid te nemen. Dat is misschien wel de grootste kans van allemaal.
