Een huis bouwen in Suriname is geen woonproject maar een loopbaan. Het begint met hosselen voor een perceel, liefst via de juiste politieke achterdeur. Zonder kruiwagen geen kavel. Heb je die eindelijk, dan volgt de volgende ronde: geld zoeken om het perceel bouwrijp te maken, want grond alleen is waardeloos zolang water, weg en stroom ontbreken.
Daarna begint de echte sport: financiering vinden in een economie waar lenen voelt als tekenen voor een levenslange straf. Wie het haalt, betaalt af tot ver voorbij zijn pensioen, soms letterlijk tot de dood.
Huren lijkt het alternatief, maar dat is een illusie. De meeste verhuurders denken in euro’s, alsof Paramaribo een buitenwijk van Amsterdam is. Lokale lonen, buitenlandse prijzen. Wie niet kan meekomen, schuift automatisch door naar familie, kennissen of tijdelijke oplossingen.
Daarom voelt een betaalbaar huurhuis niet als een recht, maar als een toevalstreffer. Geen zekerheid, geen trots bezit, maar wel rust.
In Suriname is wonen geen basisbehoefte; het is geluk hebben op het juiste moment.
