In Suriname is eindelijk duidelijk wie overal verantwoordelijk voor is: de burger. Niet beleid, niet bestuur, niet besluiten uit vergaderzalen met airco, maar de man in de rij bij de bushalte. Inflatie? Mensen geven te veel uit. Wisselkoers? De samenleving begrijpt het niet. Corruptie? Een mentaliteitsprobleem van het volk.
Wanneer prijzen stijgen, krijgt de burger het advies om “creatiever” te leven. Minder stroom gebruiken terwijl de EBS uitvalt. Minder water verbruiken terwijl de kraan droog staat. Minder klagen, vooral minder klagen. Want kritiek schaadt het vertrouwen, wordt gezegd door mensen die zelf niets tekortkomen.
De Surinamer die drie banen combineert, krijgt te horen dat hij productiever moet zijn. Wie protesteert, werkt de vooruitgang tegen. Wie zwijgt, wordt gezien als instemming.
Zo wordt de burger langzaam hoofdverdachte in zijn eigen ellende.
Het voordeel is duidelijk: zolang het volk schuldig is, blijft de macht onschuldig. En dat scheelt weer een persconferentie.
