In een recent interview van de onderminister van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) Radj Jadnanansing in het programma de Kringen van Radio ABC over onder andere mentale zorg, werden vanuit het panel ook vragen gesteld over het zwervers probleem. Daarbij waarschuwde de onderminister dat het volstoppen van het Psychiatrisch Centrum Suriname (PCS) met dak- en thuislozen niet bevorderlijk is voor het beleid. Niet elke zwerver is immers een psychiatrische patiënt, en een generieke opvangstrategie miskent de diversiteit van problemen die schuilgaan achter het leven op straat.
De uitdaging is groot: dak- en thuislozen vormen een kwetsbare groep, maar brengen soms ook risico’s van geweld tegen omstanders met zich mee. Tegelijkertijd ontbreekt vaak toegang tot betaalbare gezondheidszorg, sociale bijstand, werkgelegenheid en huisvesting. Het Bureau voor Dak- en Thuislozen, dat onder het PCS werd geplaatst, houdt zich bezig met de opvang en begeleiding van dak- en thuislozen.
Daarnaast was er het initiatief van Louis Vismale van Stichting 1 voor 12 met als doel het opzetten van een opvangcentrum voor de resocialisatie van dak- en thuislozen. Voor dit project ontving hij door tussenkomst van de toenmalige vicepresident Ronnie Brunswijk een stuk terrein, maar verdere structurele steun vanuit de overheid bleef uit. Daarmee verdween een kans om burgerinitiatieven te verankeren in nationaal beleid.
Breder dan mentale gezondheid
Hoewel Jadnanansing pleit voor een Mental Health Authority waarin de dak- en thuislozen worden meegenomen, tonen regionale voorbeelden zoals in Trinidad & Tobago – met het Socially Displaced Assessment Centre – en Jamaica – met lokale Parish Committees for the Homeless en het Homeword Bound-programma – dat de focus op alleen mentale gezondheid te beperkt is. Uit genoemde initiatieven is gebleken dat investeren in re-integratie goedkoper en effectiever is onder andere vanwege de succesvolle terugkeer van tientallen daklozen naar hun families. De aanpak is kleinschalig, mensgericht en transparant, met de nadruk op monitoring en betrokkenheid van de gemeenschap.
Autoriteit voor Sociale Re-Integratie en Inclusie (ASRI)
Suriname kan leren van beide modellen door een eigen autoriteit (ASRI) op te richten die alle facetten van re-integratie samenbrengt:
- Gezondheidszorg: medische en psychische zorg, outreach naar straatlocaties.
- Sociale bijstand: toegang tot financiële ondersteuning en identiteitsdocumenten.
- Vakgerichte training en werkgelegenheid: samenwerking met opleidingsinstituten en bedrijven voor vakgerichte training en het creëren van banen.
- Huisvesting en begeleid wonen: tijdelijke opvang gekoppeld aan doorstroom naar betaalbare woningen.
- Samenwerking met burgerinitiatieven: structurele inbedding van projecten zoals dat van Louis Vismale van Stichting 1 voor 12 in nationaalbeleid.
- Decentrale betrokkenheid: lokale werkgroepen en gemeenschappen als actieve partners.
- Monitoring en evaluatie: onafhankelijke toetsing van effectiviteit en duurzaamheid.
Naar een structureel beleid
De kern is dat dak- en thuislozen niet langer gezien worden als een homogene groep die enkel opvang behoeft, maar als burgers met uiteenlopende noden en talenten. Een autoriteit zoals ASRI zou Suriname in staat stellen om veiligheid, zorg, scholing en huisvesting te combineren tot een structureel pad naar zelfstandigheid en inclusie. Daarmee wordt niet alleen de kwetsbare groep geholpen, maar ook de samenleving als geheel versterkt.
