“Als zestig-plusser kan ik niet meer praten, niemand hoort je en niemand wil je bijstaan”, zegt Hugo in gesprek met Dagblad Suriname.
“Ik ben zelfs genoodzaakt om op zo’n oude leeftijd te werken zodat ik kan eten, het dak boven mijn hoofd is van mij maar de andere voorzieningen moeten nog voldaan worden.”
De man geeft aan dat hij alleen is en geen enkele familie naar hem kijkt, alleen buurtbewoners helpen hem een handje.
“Ik heb een zoon die in het buitenland woont, maar die is mij helemaal vergeten of kent mij niet meer als vader. Ik vind het niet erg, want als je een kind hebt die alles van je wil nemen en je alleen met niets wil achterlaten vind ik dit heel goed”, benadrukt Hugo.
“Ik heb in mijn jaren heel hard gewerkt zodat ik twee erven heb gekocht, waarbij een voor mijn zoon en hij wil de mijne ook nog hebben. Mijn huis gebouwd en ook nog mijn dingen zelf gedaan en dan krijgt hij ook nog ondersteuning van de familie, maar ik maak me niet meer druk. Ik werk nu om het toch goed te hebben en de mensen die naast mij staan te ondersteunen.”
“Preciso maak ik me ook niet druk met de mensen die daar moeten zijn voor ons als oudere. Wat ik doe, ik werk voor mijn eigen dingen en kijk wat ik me kan permitteren en geniet van de jaren die ik nog heb”, zegt Hugo.
“Ik blijf nog hopen dat de prijzen zullen veranderen, maar als jij als burger niets meer kan doen, moet jij zelf kijken wat beter is voor jezelf.”
TM
