In een interview met LIM FM Suriname heeft president Jennifer Geerlings-Simons haar beleidsvoornemens voor 2026 uiteengezet. Zij plaatste die in de context van een zwaar afgesloten jaar 2025, waarin het drama in Commewijne diepe sporen heeft nagelaten. Volgens de president was de startpositie van haar regering moeilijk, maar wordt stap voor stap gewerkt aan herstel en vooruitgang.
Binnen de gezondheidszorg ligt de nadruk niet alleen op fysieke, maar ook op mentale zorg. Simons gaf aan dat psychosociale ondersteuning wordt uitgebreid, onder meer via Ngo’s en welzijnsorganisaties. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in gespecialiseerd personeel en in het upgraden van cruciale medische faciliteiten, zoals de Spoedeisende Hulp, Intensive Care en operatiekamers van het Academisch Ziekenhuis. Huisartsenposten zijn opnieuw opgestart en betalingen via het Staatsziekenfonds verlopen weer, wat volgens haar bijdraagt aan stabiliteit in de zorgsector.
Ook het onderwijs krijgt extra aandacht. De president benadrukte dat bijbouw van lokalen, betere plaatsing van leerkrachten en schoolvoeding voor sociaal zwakkere kinderen prioriteit hebben. Zij herhaalde haar eerdere campagnebelofte dat geen enkel kind met een hongerige maag naar school mag gaan. Een project en projectteam om dit te realiseren zijn inmiddels opgezet.
Economisch erkent Simons dat het land zich nog in een kwetsbare fase bevindt. Er komen korte- en lange termijnplannen die verder reiken dan één of twee jaar. De basis moet worden gelegd voor meer inkomsten, waarbij inefficiënties in de belastinginning worden aangepakt. Werkers betalen hun belastingen, maar bedrijven moeten dat volgens haar ook consequent doen. Ook problemen rond BTW afdracht en schommelende inflatie worden onder handen genomen.
Over de prestaties van de ministeries bleef de president terughoudend. Zij verwees naar uitgevoerde QuickScans en kondigde werkgroepen aan die de basis moeten leggen voor verdere ontwikkeling in 2026. Hervormingen bij onder meer SLM en EBS staan op de agenda, net als versterking van het rechtssysteem en spoedige benoemingen van een nieuwe korpschef van het Korps Politie Suriname en bevelhebber van het Nationaal Leger.
Opvallend was haar uitspraak over mogelijke acties van een ontevreden bevolking, die zij toeschreef aan “andere actoren”. Daarbij blijft echter onderbelicht dat ook deze actoren deel uitmaken van de bevolking. Suriname bestaat uit meer dan alleen aanhangers of begunstigden van de huidige coalitie. Een aanzienlijk deel van de samenleving is nog altijd ontevreden. Juist die realiteit zal het draagvlak voor het ingezette herstel mede bepalen.
