We leven in een tijdperk waarin intelligentie fluistert en domheid schreeuwt. Niet omdat de wijzen niets te zeggen hebben, maar omdat stilte veiliger is dan uitleggen. Want uitleggen vraagt luisteren, en luisteren is tegenwoordig verdacht elitair.
De slimme mens denkt drie keer na voordat hij iets zegt. Niet over de inhoud, maar over wie zich mogelijk gekwetst voelt. Een feit kan immers agressief overkomen. Een nuance is al snel “hoogdravend”. En een statistiek? Dat is pure intimidatie.
Ondertussen voelt de onwetendheid zich vrij. Ze spreekt luid, met overtuiging en zonder twijfel. Twijfel is immers een teken van zwakte, en kennis van arrogantie. Hoe minder men weet, hoe groter het zelfvertrouwen — dat is de nieuwe logica.
Dus zwijgt de intelligentie. Uit beleefdheid. Uit vermoeidheid. En soms uit zelfbescherming. Want in een wereld waar gevoelens zwaarder wegen dan feiten, is gelijk hebben geen overwinning meer.
Het is geen tijdperk van meningsvrijheid.
Het is een tijdperk van geluidsvolume.
