China zal nooit bloeden voor zijn partners. Dat is geen emotionele vaststelling, maar een harde geopolitieke realiteit. China bloedt niet voor bondgenoten, het rekent in balansen, contracten en invloed. Oorlog is voor Beijing slecht voor zaken; handel is het doel.
De recente gebeurtenissen rond de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro tonen dit pijnlijk aan. Enkele uren vóór zijn arrestatie door de Verenigde Staten ontving hij nog een hoge Chinese delegatie. Handdrukken, glimlachen, diplomatiek toneel. Daarna: stilte. Geen waarschuwing, geen ingrijpen, geen bescherming vanuit Beijing.
Dat is geen toeval. China investeerde tientallen miljarden in Venezuela, maar toen het spannend werd, keek het toe. De boodschap is helder: China is een zakenpartner, geen veiligheidsanker.
Voor Suriname ligt hier een cruciale les. Wie denkt dat economische samenwerking met China automatisch politieke of militaire rugdekking oplevert, vergist zich gevaarlijk. Wanneer Washington zijn rode lijnen trekt, telt geen lening, haven of infrastructuurproject.
China verschijnt met leningen in rustige tijden, maar verdwijnt achter “bezorgde verklaringen” zodra het geweld nadert. Het Amerikaanse signaal is duidelijk: kies verstandig, want in een crisis sta je er alleen voor. Businesspartner? Ja. Beschermheer? Nooit.
