De houding van de Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) ten aanzien van Venezuela illustreert een patroon van opportunisme en strategische kortzichtigheid. In 2019 schaarde de partij zich, onder leiding van Chan Santokhi, achter de door Washington uitgeroepen interim-president Juan GuaidĂł.
Het doel was duidelijk: geopolitieke steun van de Verenigde Staten afdwingen. Die gok mislukte. De poging om GuaidĂł te positioneren strandde, waarna hij door zijn eigen sponsoren werd losgelaten en de constitutionele orde in Venezuela standhield.
Toen de VHP eenmaal regeermacht verwierf, moest zij haar eerdere stellingname inslikken. Nicolás Maduro bleek onvermijdelijk de zittende, gekozen president. Om de schade te herstellen werd Albert Ramdin naar Caracas gestuurd om de relaties te normaliseren. Dat lukte aanvankelijk: de plooien werden gladgestreken en de bilaterale lijn hersteld.
Maar die stabiliteit bleek broos. Toen Washington de druk opvoerde om de hernieuwde relatie te bevriezen, boog Paramaribo mee. De relatie bleef formeel bestaan, maar raakte zichtbaar bekoeld.
Volgens een geopolitiek expert is dit het kernprobleem: “De VHP reageert op externe druk in plaats van een consistente doctrine te volgen. Diplomatie wordt zo tactiek, geen strategie.”
Het gevolg is een beleid dat wisselt met de wind—en daarmee aan geloofwaardigheid inboet.
De recente Amerikaanse agressie tegen Venezuela maakt een nieuwe koerswijziging niet ondenkbaar, zeker nu de VHP opnieuw oppositie voert. Ter vergelijking: de Nationale Democratische Partij is ideologisch herkenbaar—links en anti-hegemoniaal—waar men het mee eens of oneens kan zijn, maar haar positie is voorspelbaar. Met de VHP weet men dat niet.
In een regio waar grootmachten schaken met invloed, is wankel beleid geen neutraliteit, maar kwetsbaarheid.
