De Nationale Democratische Partij (NDP) zwijgt. Volledig. Terwijl de wereld reageert op het ongekende militaire ingrijpen van de Verenigde Staten in Venezuela, waarbij president Nicolás Maduro en zijn vrouw werden ontvoerd, blijft het oorverdovend stil vanuit een partij die zich jarenlang ideologisch en politiek verbonden wist met eerst Hugo Chávez en later Maduro.
Dat zwijgen roept vragen op. Is het angst voor een Amerikaanse president die niet terugdeinst voor militair optreden? Of spelen diepere herinneringen mee — zoals de arrestatie van Dino Bouterse in Panama, eveneens op beschuldigingen van terrorisme en drugshandel, die uiteindelijk uitmondden in een veroordeling? Voor velen binnen de NDP is dat geen verre geschiedenis, maar een open zenuw.
Onder leiding van partijvoorzitter Jennifer Simons lijkt de NDP zich in een overgangsfase te bevinden. Is dit het stille einde van het tijdperk van de ‘Boutisten’? Of is het juist een berekende voorzichtigheid: eieren voor het geld kiezen in een wereld waarin macht niet alleen wordt uitgeoefend met woorden, maar met marineschepen en drones?
De geopolitieke context maakt het zwijgen extra beladen. De Venezolaanse olie-infrastructuur ligt inmiddels onder sterke Amerikaanse invloed. In Guyana zijn de belangen van ExxonMobil dominant. En dan is er nog Suriname, met zijn veelbelovende offshore-olievelden. De gedachte dat Washington strategisch de volledige oliekustlijn van Venezuela tot Suriname veilig wil stellen, is in diplomatieke kringen geen complottheorie, maar een reële analyse.
Wie nu niet doordenkt, wie nu zwijgt zonder visie, loopt het risico later wakker te worden in een nieuwe realiteit — één waarin keuzes al zijn gemaakt. De ontnuchtering zou dan wel eens te laat kunnen komen.
