Er bestaat een wonderlijke wet in het dagelijks leven: hoe meer iemand écht weet, hoe voorzichtiger hij wordt met grote uitspraken. Wie veel heeft gelezen, geluisterd en geleerd, ontdekt al snel hoeveel hij níét weet. Die mensen stellen vragen, twijfelen openlijk en beginnen zinnen vaak met: “Ik kan me vergissen, maar…”
Aan de andere kant heb je het kamp van de absolute zekerheid. Mensen die weinig weten, weten dat zelf meestal niet. Zij spreken luid, stellig en zonder nuance. Complexe problemen worden in één zin opgelost, bij voorkeur met de woorden “zo simpel is het”. Twijfel zien ze als zwakte en kennis als overbodige ballast.
Het komische is dat beide groepen elkaar zelden begrijpen. De wijze fronst zijn wenkbrauwen, de onwetende heft zijn stem. En ergens daartussen zit de rest van de wereld, popcorn in de hand, kijkend naar discussies waarin volume belangrijker lijkt dan inzicht.
Misschien is echte wijsheid niet alles weten, maar durven toegeven dat leren nooit ophoudt.
