Ze zitten achter Excel-tabellen, strak in pak, gewapend met grafieken en procenten. Inflatie omlaag, koers āgestabiliseerdā, begroting āop ordeā. De operatie is volgens hen geslaagd. Alleen⦠de patiĆ«nt ligt stil.
In hun spreadsheets past geen moeder die haar boodschappen halveert. Geen vader die drie banen stapelt en tóch tekortkomt. Geen kind dat zonder ontbijt naar school gaat omdat āde cijfersā eerst moesten kloppen.
De angst werd gemaakt met kolommen en rijen. āHet moet pijn doenā. zeiden ze. En pijn deed het. Gezinnen zagen spaargeld verdampen, huur en stroom explodeerden, medicijnen werden luxeproducten. Relaties kraakten onder stress, schulden werden erfelijk, dromen uitgesteld tot ālaterā ā een later dat maar niet komt.
Wat niet beschreven staat: de schaamte bij de kassa. De stilte aan tafel. De vermoeidheid die geen nacht geneest. Deze schade laat zich niet afboeken. Ze telt niet mee in BBP, maar ze vreet zich vast in levens. Jaren herstel ā en soms nooit.
En dan klinkt het applaus: missie geslaagd. De grafiek wijst omhoog. Maar buiten de vergaderzaal weet iedereen het al:
Je kunt cijfers redden en mensen verliezen.
Noem dat geen succes. Dat is boekhouden op een begraafplaats.
