Openbaarheidsdag 2026: hoe de BVD Surinaamse activisten in Nederland volgde:

Toen Suriname nog een kolonie was en de roep om onafhankelijkheid steeds luider klonk, keek de Nederlandse inlichtingendienst scherp toe. Uit op 2 januari, Openbaarheidsdag in Nederland, vrijgegeven archiefstukken blijkt onder andere dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst, BVD, tussen 1959 en 1962 Surinaamse studenten, schrijvers en politici in Nederland nauwlettend in de gaten hield. Volgens die dienst waren ze extreem bezig en bestond hun “extremisme” vaak uit het bekritiseren van racisme en kolonialisme – onderwerpen die vandaag nog steeds hun weerklank vinden.

Onder de geobserveerden bevonden zich prominenten waaronder Eddy Bruma – de latere minister van Economische Zaken in Suriname – die werd gevolgd vanwege zijn rol als voorman van de vereniging Wie Eegie Sanie. Ook Ronald Venetiaan – de latere president van Suriname – die betrokken was bij een Surinaamse studentenvereniging in Leiden, kwam voor in de stukken. 

De dossiers tonen hoe gesprekken binnen besloten bijeenkomsten van Surinaamse organisaties via informanten bij de dienst belandden. Het materiaal werd in oktober 1975, vlak voor de onafhankelijkheid, overgedragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarmee kreeg de Nederlandse overheid een inkijk in de interne debatten van een gemeenschap die juist streed voor zelfbeschikking.

Opvallend is dat ook in die archieven de gespannen onderhandelingen rond de onafhankelijkheid zijn vastgelegd. Premier Joop Den Uyl en minister Jan Pronk stonden tegenover premier Henck Arron en zijn ministers, waaronder Eddy Bruma. De twistpunten lagen vooral bij de financiĂ«le afspraken en ontwikkelingssamenwerking. Het illustreert hoe de politieke strijd zich niet alleen in Paramaribo, maar ook in Den Haag afspeelde.

Naast politieke verslagen bevat het dossier ook culturele stemmen. Dichter Corly Verlooghen (alias Rudy Bedacht) schreef in 1960 een vlammend stuk over het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, dat hij bestempelde als een “prototype van de geslaagde koloniaal”. Ook juridische acties, zoals de rechtszaak van de Indiaanse Raad tegen Den Uyl en koningin Juliana wegens koloniale uitbuiting, vonden hun weg in de archieven – al werden ze door de rechter niet ontvankelijk verklaard.

De onthullingen werpen een nieuw licht op de manier waarop Nederland zijn voormalige koloniale onderdanen benaderde. Wat destijds als “extremisme” werd bestempeld, blijkt nu vooral een strijd voor erkenning, gelijkwaardigheid en vrijheid. Het archief toont hoe Surinaamse stemmen, ondanks surveillance en wantrouwen, hun weg bleven banen naar politieke en culturele invloed.

error: Kopiëren mag niet!