Welkom op de openbare weg, waar regels gelden voor iedereen – behalve voor e-bikes. Geen keuring, geen verzekering, geen helm. Wel snelheid, wel schade, wel slachtoffers. Maar geen probleem, zegt de staat. De minister die verantwoordelijk is voor orde en verkeersveiligheid haalt zijn schouders op: “Er is geen wetgeving.” Alsof wetten spontaan uit de lucht vallen en niet door… ministers en parlementen worden gemaakt.
Zo is het nieuwe beleid geboren: gedoogde chaos. De e-bike zoeft langs schoolkinderen, slalomt tussen auto’s, botst hier en daar, en laat bij een ongeluk netjes de rekening achter bij… niemand. Want waar dient de burger zijn schadeclaim in? Bij de fietsenmaker? Bij de regering? Of bij de ministeriële prullenbak?
En dan de ongemakkelijke vraag die niemand hardop wil stellen: waar leveren we het eerste “lijk” af? Bij Justitie? Volksgezondheid? Of rechtstreeks bij de persconferentie, met een lintje eromheen en de mededeling: “Dit was onvermijdelijk.”
De staat die zichzelf graag afficheert als hoeder van orde en veiligheid, kijkt toe terwijl het verkeer verandert in een experiment zonder veiligheidsbril. Pas na de sirenes, de tranen en de rekeningen zal men roepen: “We moeten dit evalueren.” Nee. Dit is beleid op twee wielen.
