De loonkloof in één salarisstrook in Suriname

Het maandloon van president Jennifer Simons bedraagt USD 6.850. De doorsnee burger doet het met USD 300 per maand. Zet je die twee bedragen naast elkaar, dan lijkt het geen vergelijking maar een grap zonder punchline. Rekenkundig is het verschil glashelder: het presidentiële salaris ligt 2.183% hoger dan dat van de burger. Met andere woorden: één maand op het paleis weegt bijna 23 maanden aan burgersalaris.

Waar de burger zijn maand begint met een rekensom (huur, licht, water, eten—en dan hopen dat er niets stuk gaat), begint het staatshoofd met een vinkje. De burger leert creatief koken; de president leert creatief toespreken. De burger telt centen; de president telt dossiers. En ergens daartussen staat het woord “voorbeeldfunctie” op non-actief.

Het wrange is niet dat een president meer verdient – verantwoordelijkheid mag lonen. Het wrange is dat de afstand zo groot is dat empathie er een visum voor nodig heeft. Wanneer beleid wordt gemaakt op een hoogte van 2.183%, klinkt “koopkracht” ineens abstract. Alsof het een theorie is, geen dagelijkse strijd.

Het eindigt waar realiteit begint: een land kan alleen vooruit als de top weet hoe zwaar de bodem weegt. Misschien niet door salarissen te verlagen, maar door lonen te verhogen—zodat procenten weer mensen worden.

error: Kopiëren mag niet!