Een omvangrijke Amerikaanse aanklacht tegen de Venezolaanse president Nicolás Maduro werpt een schaduw over de bredere Caribische regio.
In de 700 pagina’s tellende aanklacht, die volgde op de arrestatie van Maduro en zijn echtgenote Cilia Flores na een Amerikaanse militaire operatie in Caracas, wordt gesteld dat ook onbenoemde Caribische politici onderdeel waren van een door drugs gefinancierd beschermingsnetwerk.

Volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie betaalden cocaïnetraffickers langs de zogenoemde Caribbean route politici om bescherming te krijgen tegen arrestatie en om ongehinderd operaties uit te voeren richting de Verenigde Staten. Die betalingen zouden zijn gebruikt om politieke macht te behouden en uit te breiden. De aanklacht noemt geen landen of namen, maar de formulering is breed genoeg om meerdere Caribische staten te raken.
In Suriname roept dit vragen op, gezien de historisch hechte relatie tussen Caracas en de Nationale Democratische Partij (NDP) onder leiding van wijlen Desi Bouterse. Tijdens diens regeerperiode werden de banden met Maduro versterkt en werd ook het PetroCaribe-akkoord actief benut. Of Surinaamse politici daadwerkelijk onder de passage in de aanklacht vallen, blijft echter onduidelijk.
De Verenigde Staten stelt dat Maduro en zijn entourage decennialang staatsinstellingen misbruikten voor grootschalige cocaïnesmokkel, met betrokkenheid van internationale criminele netwerken. Caracas wijst de beschuldigingen van de hand en spreekt van politieke propaganda.
Intussen zorgt vooral de verwijzing naar corrupte Caribische politici voor onrust in de regio, waar de gevolgen van deze zaak nog lang kunnen doorwerken.
