Wat zich recent in Venezuela heeft afgespeeld, mag door niemand in Suriname worden gezien als een ver-van-ons-bed-show. Het hardhandig ingrijpen van de Verenigde Staten, het uitschakelen van een zittende president en het openlijk spreken over tijdelijk bestuur en herstart van olieproductie, laat één ding zien: geopolitiek is terug in zijn ruwste vorm.
Dit ging niet alleen over drugsbeschuldigingen. Dit ging over macht, invloed, energie en het terugdringen van Chinese en Russische aanwezigheid in wat de Verenigde Staten al decennialang beschouwt als haar achtertuin.
Wie dat niet ziet, begrijpt de wereld van vandaag niet.
Venezuela is het schoolvoorbeeld van wat er gebeurt wanneer een land met enorme natuurlijke rijkdommen verzeild raakt in grootmachtpolitiek, zonder voldoende internationale bescherming, zonder sterke bondgenootschappen en zonder geloofwaardige instituties. Dat scenario zou voor landen als Suriname een alarmsignaal moeten zijn.
Suriname beschikt inmiddels ook over olie en gas. Daarnaast hebben wij iets wat veel zeldzamer is: bijna 90 procent bosbedekking. Wij worden graag de longen van de wereld genoemd. In theorie is dat een geopolitieke troef van formaat. In de praktijk is het nauwelijks iets waard — niet omdat het bos geen waarde heeft, maar omdat Suriname geen buitenlandse strategie heeft om die waarde om te zetten in macht.
Sommigen zeggen: “Maar wat stelt dat bos voor als leiders zoals Trump niet eens in klimaatverandering geloven?”
Dat is een gevaarlijke denkfout. Klimaat is al lang geen ideologisch debat meer. Het is een economische realiteit, een veiligheidskwestie en een machtsfactor. Grote bedrijven, banken, verzekeraars, de Europese Unie en China baseren hun beleid wél op klimaatrisico’s. De wereldmarkt ontkent het klimaat niet, ook al doen sommige politici dat.
Het echte probleem ligt dus niet buiten Suriname, maar binnen Suriname.
Wij hebben nooit een sterke buitenlandse politiek gevoerd. Internationaal speelt Suriname geen rol van betekenis. Wij leiden geen blokken, zetten geen agenda’s, bouwen geen strategische coalities en vertellen geen eigen verhaal. Wij reageren achteraf, vaak te laat, en hopen op begrip of goodwill. Maar in de internationale politiek bestaat geen goodwill — alleen belangen.
Dat maakt Suriname kwetsbaar.
Een land dat:
• institutioneel zwak is,
• economisch afhankelijk,
• sociaal onder druk staat,
• en geen geopolitieke visie heeft,
wordt vroeg of laat een speelbal. Niet met tanks op straat, maar met contracten, schulden, diplomatieke druk en “vriendelijke adviezen”.
Suriname loopt niet zozeer het risico om morgen binnengevallen te worden, maar wel om stap voor stap zijn beleidsruimte te verliezen. Olie- en gascontracten die juridisch kloppen maar strategisch nadelig zijn. Economische keuzes die feitelijk elders worden bepaald. Buitenlandse waarschuwingen over met wie wij wel en niet zaken mogen doen. Dat alles gebeurt al — alleen nog subtiel.
Het ironische is dat Suriname wél een unieke positie had kunnen innemen. Wij hadden ons internationaal kunnen profileren als het enige olieproducerende land met een netto positieve klimaatbalans. Wij hadden bos kunnen inzetten als ruilmiddel: voor schuldenverlichting, voor investeringen, voor technologie, voor politieke ruimte. Wij hadden klimaat, energie en ontwikkeling aan elkaar kunnen koppelen in één strategisch verhaal.
Dat is niet gebeurd.
En precies dát maakt de situatie in Venezuela relevant voor ons. Niet omdat Suriname Venezuela is, maar omdat het laat zien hoe snel internationale regels vervagen wanneer grootmachten hun belangen bedreigd zien. Wie dan geen sterke positie heeft, wordt niet beschermd door moraal, recht of sympathie.
Het bos gaat ons niet beschermen.
Onze neutraliteit beschermt ons niet.
Onze goede bedoelingen beschermen ons niet.
Alleen een doordachte, assertieve en volwassen buitenlandse politiek kan dat doen.
Zolang Suriname zijn eigen troeven niet leert spelen, zullen anderen het spel blijven bepalen. En dan zitten wij niet aan tafel als gelijkwaardige partner, maar liggen wij op tafel als dossier.
Venezuela is geen incident.
Het is een waarschuwing.
De vraag is niet of Suriname troeven heeft.
De vraag is of Suriname ooit leert ze te gebruiken.
Preani Koendjbiharie
