Doneren met andermans portemonnee

Het blijft een wonderlijk schouwspel. Bewindslieden die met brede glimlach en flitsende camera’s een donatie overhandigen aan een sociale instelling. Applaus, bloemen, dankwoorden. Alleen… dat geld is niet van hen. Dat geld is van mij. Van u. Van het volk.

Het voelt een beetje alsof iemand je koelkast leeg haalt, een pan soep kookt voor de buren en daarna trots zegt: “Kijk eens hoe sociaal ik ben.” De intentie lijkt nobel, maar de portemonnee is geleend. Zonder te vragen ook nog.

Satirisch gezien is het een meesterzet: geef gul, maar dan wel met andermans spaargeld. Het kost je niets, behalve een handtekening en een fotomoment. En ondertussen stijgt het morele krediet, terwijl de rekening netjes bij de belastingbetaler blijft liggen.

Stel je eens voor hoe anders het zou voelen als diezelfde bewindslieden hun riante salarissen open zouden trekken. Geen staatskas, geen begrotingspost, maar gewoon: eigen geld. Dat zou pas echte solidariteit zijn. Dan krijgt een donatie gewicht, betekenis, waarde.

Nu blijft het wringen. Mijn geld uitgeven zonder mijn toestemming en dat presenteren als liefdadigheid is geen gulheid, het is boekhouden met applaus. En eerlijk is eerlijk: liefdadigheid smaakt toch beter als ze niet uit andermans zak komt.

error: Kopiëren mag niet!