Van feest naar flits: Wanneer vuurwerk faalt

De cijfers spreken elk jaar opnieuw een harde taal. Uit eerdere historische informatie blijkt dat 74,3 procent van de slachtoffers mannen zijn, tegenover 25,7 procent vrouwen. Dit jaar is het beeld nog scherper: alle zes slachtoffers zijn manspersonen. 

Bijna de helft van de slachtoffers in eerdere jaren bestond uit kinderen jonger dan 12 jaar (47,3%), terwijl dit aandeel dit jaar lager ligt op 16,6 procent. Het meest verontrustend blijft echter het letsel: waar eerder 28,3 procent oogletsel betrof, is dat dit jaar 100 procent.

Voor Gomes zijn het geen abstracte statistieken. Vijf jaar geleden stopte hij met het afschieten van vuurwerk. Niet omdat hij het niet leuk vindt, zegt hij, en ook niet omdat hij anderen hun plezier wil ontnemen. Maar omdat hij weet hoe dun de lijn is tussen feest en tragedie.

Hij herinnert zich nog hoe een KLS 100-schoter plotseling als een bom uit elkaar barstte. Het vuurwerk ging niet de lucht in, maar explodeerde laag bij de grond, vermoedelijk door een defect. Vonken en knallen vlogen alle kanten op. Alle voorzorgsmaatregelen waren correct genomen. Toch.

“Gelukkig raakte niemand gewond”, zegt hij zacht. “Maar hoe voorzichtig je ook bent, tegen defect vuurwerk kun je niets beginnen.”

En precies daar wringt het: niet roekeloosheid, maar toeval maakt soms slachtoffers.

error: Kopiëren mag niet!