In Suriname heet het publieke service, maar het voelt steeds vaker als een goed georganiseerde scam. Politici stappen het kabinet binnen met een bescheiden auto en verlaten het met een villa, terwijl de burger zijn fiets repareert met ijzerdraad en gebed.
De salarissen stijgen, de toeslagen groeien, de buitenlandse reizen worden “noodzakelijk”. Intussen krimpt het boodschappentasje van de markt en groeit de rekening bij de winkelier.
De burger hoort toespraken over “offers” en “geduld”, maar ziet vooral nieuwe pakken, glanzende SUV’s en adviseurs met adviseurs. Belastingen worden verhoogd “voor stabiliteit”, terwijl stabiliteit vooral te zien is op privébankrekeningen. Inflatie wordt uitgelegd met moeilijke woorden; armoede met stilte.
En toch wordt het verkocht als dienstbaarheid. Alsof rijker worden een bijwerking is van hard werken voor het volk.
In Suriname lijkt publieke dienst soms een abonnement: jij betaalt maandelijks, zij upgraden jaarlijks. Geen service, maar een scam — met stempel, handtekening en glimlach.
