Er is iets aandoenlijks aan een regering die met rechte rug vernieuwing belooft, terwijl ze tegelijkertijd het museum opent. Niet voor een tentoonstelling, maar voor benoemingen. Mensen die hun hoogtijdagen vierden toen faxapparaten nog modern waren, worden plots het gezicht van “verandering”. Dat vraagt lef. Of een bijzonder gevoel voor humor.
Want laten we eerlijk zijn: wie verwacht dat skeletten sprinten, of fossielen plots leren dansen op het ritme van een snel veranderende wereld? Natuurlijk, ervaring is waardevol. Maar ervaring zonder aanpassing is als een kompas dat altijd naar gisteren wijst.
Het resultaat laat zich raden. Vergaderingen vol herinneringen aan “hoe het vroeger beter was”, plannen die vastlopen op angst voor nieuwe ideeën, en beleid dat piept en kraakt als een oude houten trap. En dan verbaasd zijn dat jongeren afhaken en resultaten uitblijven.
Misschien ligt het probleem niet bij verandering, maar bij wie haar moet uitvoeren. Je kunt geen toekomst bouwen met alleen relikwieën uit het verleden – hoe fraai afgestoft ze ook zijn.
