Het is weer zover: de btw op maaltijden. Officieel heet dat een ānoodzakelijke maatregel voor de schatkistā. In de volksmond betekent het simpelweg dat je voortaan extra betaalt voor dezelfde hap, maar met minder smaak en vooral meer frustratie. Gezond eten, zo wordt ons verteld, blijft belangrijk. Alleen is het nu ook een luxeproduct geworden.
De beleidsmakers rekenen zich rijk. Elk bord eten levert een paar extra centen op, en vele kleine happen maken samen een grote begroting.
Ondertussen staat de burger in de supermarkt met een rekenmachine in de hand en een lege maag in het vooruitzicht. Groenten kijken hem hoopvol aan, maar hij loopt door naar het schap met snelle, goedkope troost. Want ja, gezond eten is een keuze ā maar wel eentje voor mensen met een gezonde portemonnee.
Ironisch genoeg wordt de btw-verhoging verkocht als neutraal beleid. Het beĆÆnvloedt zogenaamd ons gedrag niet. Dat klopt: we eten niet gezonder, we eten slimmer goedkoop. Minder vers, meer vullend, en vooral minder met plezier. De salade wordt ingeruild voor iets dat lang houdbaar is en weinig kost, behalve dan voor onze gezondheid op de lange termijn.
De staat heeft meer inkomsten, de burger meer buikpijn. Maar geen zorgen: die pijn zit niet in de begroting, dus die telt niet mee. Eet smakelijk ā zolang het nog betaalbaar is.
