De nieuwjaarsboodschap van Jennifer Simons klinkt voor veel burgers herkenbaar, menselijk en op sommige momenten ook geruststellend. De president benoemt zowel trots als pijn, en dat wordt in de samenleving gewaardeerd.
Het terugblikken op verkiezingen, 50 jaar Srefidensi en nationale vieringen roept bij burgers een gevoel van gezamenlijke geschiedenis en veerkracht op. Tegelijkertijd voelt die trots voor velen al snel ver weg van de dagelijkse realiteit.
Het expliciet stilstaan bij het drama in Commewijne raakt een gevoelige snaar. Burgers herkennen zich in de rouw en onzekerheid die zulke tragedies achterlaten. De aankondiging van een dag van nationale rouw wordt gezien als een teken van empathie, maar ook als een herinnering dat veiligheid en sociale bescherming nog steeds kwetsbaar zijn.
De kernboodschap voor 2026 – herstel, reparatie en voorbereiding – wordt door burgers met gemengde gevoelens ontvangen. Hoopvol, omdat eindelijk wordt erkend dat zaken “hersteld” moeten worden. Voorzichtig, omdat veel Surinamers al vaker beloften hebben gehoord. Begrippen als inflatie, koopkracht en wisselkoers zijn geen abstracties meer, maar dagelijkse zorgen aan de keukentafel.
De oproep tot samenwerking klinkt logisch, maar roept ook vragen op: wat kan de gewone burger concreet verwachten, en wanneer? Voor veel mensen voelt 2026 als een jaar waarin woorden moeten worden omgezet in zichtbare daden. De bereidheid om samen te dragen is er – mits het perspectief op echte verbetering voelbaar wordt.
