De Surinaamse vuurwerktraditie vindt haar oorsprong in de Chinese en Hindoestaans-Aziatische cultuur, waar vuurwerk eeuwenlang wordt gebruikt om het kwaad te verjagen, voorspoed te brengen en overgangsmomenten te markeren.
Via migranten en handelsrelaties vond het gebruik langzaam zijn weg naar Suriname, waar het rond de jaarwisseling uitgroeide tot een nationale gewoonte. Vuurwerk symboliseert bij vele gezinnen het sluiten van een moeilijk jaar en het openen van nieuwe hoop, een ritueel dat diep verweven raakte met de multiculturele identiteit van het land.
Tegenwoordig wordt vuurwerk vooral gebruikt voor plezier, feestvreugde en spectaculaire shows tijdens Oud en Nieuw. Bedrijven gebruiken pagara’s om voorspoed af te roepen, terwijl gezinnen knallers en siervuurwerk afsteken als afsluiting van het jaar. Maar achter die vreugde schuilt een donkere realiteit: elk jaar vallen er tientallen slachtoffers.
De afgelopen vijftien jaar zag Suriname enkele gruwelijke incidenten. Zo verloor een 12-jarige jongen in 2012 beide handen door illegale “bomshells”. In 2016 liep een gezin zware brandwonden op nadat een misvuur een woning in brand zette. In 2019 raakte een peuter blind aan één oog door een verdwaalde mortier. En in 2023 overleed een jonge vader nadat een zwaar explosief te vroeg ontplofte.
De traditie blijft, maar de vraag naar veiligheid klinkt steeds luider.
