De resocialisatie van gedetineerden is in het geding
De recente gronduitgifte rond het Huis van Bewaring Santo Boma legt opnieuw de structurele tekortkomingen van Suriname’s ruimtelijke ordening bloot. Het terrein van ongeveer vijftig hectare was oorspronkelijk bestemd voor resocialisatieprojecten. Nu verrijzen particuliere bouwwerken op slechts een paar honderd meter van de cellen.
Sinds 2017 aasden stichtingen al op het terrein te Santo Boma. Terwijl gedetineerden uitzicht zouden moeten hebben op resocialisatie, opleiding, en psychologische begeleiding, is hun toekomst ingeruild voor politieke gunsten en ondoordachte besluiten. Gedetineerden hebben het recht op resocialisatie, wat betekent dat er gewerkt moet worden aan terugkeer naar de samenleving.

Volgens minister van Justitie en Politie Harish Monorath is de gronduitgifte onacceptabel. Hij heeft een formele aanklacht ingediend bij de president. Leden van de Nationale Assemblee vragen ook om duidelijkheid. Niemand weet precies aan wie de grond is uitgegeven, of op welke gronden dat is gebeurd. Burgers noemen dit “alweer een godgeklaagd schandaal“.
Het beeld is bekend: versnipperd beleid, gebrek aan controle en het oude patroon van vriendjespolitiek vermomd als landuitgifte. Het politieke uitgangspunt is “een stuk grond voor elke stem”.
Het verlies van terrein voor resocialisatie treft niet alleen het gevangeniswezen, maar ook de samenleving als geheel. Resocialisatieprogramma’s worden ondermijnd, het risico op recidive stijgt en good governance blijft uit. De opname van het terrein op de lijst van vermoedelijk onrechtmatige gronduitgiften is een noodzakelijke stap, maar geen oplossing.
Het incident rond Santo Boma toont andermaal hoe dringend Suriname behoefte heeft aan transparantie, handhaving en een visie die verder reikt dan de volgende verkiezing. Een openbaar en controleerbaar systeem voor alle gronduitgiften is intussen een utopie.
