Protestrecht botst met misvattingen
Tijdens een stille loop van een groep leerkrachten van het Syndicaat voor Onderwijsgevenden naar het Kabinet van de President afgelopen week, ontstond er een incident dat scherp aangeeft hoe slecht het protestrecht in Suriname wordt begrepen.
Terwijl de leerkrachten vreedzaam protesteerden tegen het beleid dat hun sector direct raakt, probeerde een burger ze te hinderen. Zijn argument: “hij heeft het recht op een contra-protest en vindt dat de president “de ruimte moet krijgen om haar beleid uit te zetten”.
Het is belangrijk om te begrijpen hoe fundamentele rechten functioneren. Het recht op vreedzaam protest is een mensenrecht dat slechts in strikt omschreven omstandigheden mag worden beperkt. Daar hoort fysieke of verbale belemmering door andere burgers niet bij. Wie het niet eens is met een demonstratie, kan zelf een tegenprotest organiseren, maar op een andere plek, of op een ander tijdstip, zodat beide groepen veilig en vrij hun mening kunnen uiten.
Daarnaast garandeert artikel 20 van de Grondwet van de Republiek Suriname het “recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering”, met de mogelijkheid tot wettelijke regulering “in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en goede zeden.”
Ten slotte erkent artikel 21, lid 1 van de Grondwet “het recht van vreedzame betoging”, en staat lid 2 dat dit recht “in het belang der openbare orde, veiligheid, gezondheid en goede zeden bij wet aan regel en beperking kan worden onderworpen. Daarmee is duidelijk dat het recht om te demonstreren, in dit geval via een vreedzame en stille loop, grondwettelijk is beschermd.
Wat de burger in dit geval deed, was geen contra-protest, maar een poging om een bestaand, vreedzaam protest te verstoren. Daarmee schendt hij niet alleen het recht van de demonstranten, maar creëert hij ook een potentieel gevaarlijke situatie. Het argument dat de president “rust moet krijgen om beleid te voeren” is een kromme redenering. Juist in een democratie is protest een essentieel mechanisme om beleid te beïnvloeden en machtshebbers ter verantwoording te roepen.
Leerkrachten, hebben, net als elke andere burger, het volste recht om hun zorgen publiekelijk te uiten, zonder intimidatie of hindering.
