Minister Stephen Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) meldde recent dat de herbouw van de ingestorte brug te Witagron en de nieuwe brug bij Kaboerikreek in volle gang is. Een cruciale vraag blijft echter onbeantwoord, namelijk wie verantwoordelijk gehouden wordt voor de schade aan overheidsinfrastructuur.
Het is veelzeggend dat de minister met geen woord rept over de ondernemers of particulieren die zulke vernielingen veroorzaken. Met grote regelmaat worden bruggen, elektriciteitspalen, verkeersborden en andere infrastructuur vernield of omver gereden, maar zelden hoort men van juridische stappen of financiële compensatie. Enkele dagen terug is ook de brug over de Surinamerivier nabij Kaaiman Grasie aangevaren en vernield.
Het is de vraag waarom de overheid weigert om individuen of bedrijven aansprakelijk te stellen voor aangerichte schade. Worden er überhaupt wel rechtszaken aangespannen, of wordt sommige ondernemers de hand boven het hoofd gehouden?
Het lijkt erop dat niemand wordt aangesproken op hun daden, terwijl de overheid telkens diep in haar karige middelen moet tasten om vele miljoenen aan herstel te bekostigen.
Het gevolg is een groeiend beeld van bestuurlijke zwakte. Infrastructuur raakt verder in verval, herstelprojecten duren te lang, de veiligheid is in het geding en burgers zien hoe opzettelijke nalatigheid onbestraft blijft. Als deze cultuur van vrijblijvendheid voortduurt, zal elk nieuw project slechts een tijdelijk lapmiddel zijn in een systeem waarin verantwoordelijkheid niet bestaat.
