Suriname heeft wetten, regels en instellingen – maar te vaak alleen op papier. In de praktijk blijven rapporten ongelezen, aanbevelingen genegeerd en overtreders ongestraft. Van de Rekenkamer tot de Belastingdienst, veel overheidsorganen functioneren alsof ze bestaan om te bestaan. Ze schrijven verslagen, houden vergaderingen, maar durven zelden in te grijpen.
Het probleem zit niet alleen in geld of middelen, maar in moed. Te veel ambtenaren kijken de andere kant op uit angst om “problemen te krijgen”. En wie wel iets zegt, wordt vaak buitengesloten. Daardoor stapelen fouten en misstanden zich op.
Een land kan alleen vooruit als zijn wetten ook echt werken. Transparantie mag geen loze belofte zijn; het moet de basis worden van bestuur. De Wet Openbaarheid van Bestuur hoort niet in een la, maar in het hart van elke beslissing.
Sterke instituties vragen geen luxe kantoren of dure logo’s, maar mensen met karakter — mensen die “nee” durven zeggen tegen politieke druk, tegen vriendjespolitiek, tegen oneerlijkheid.
Zonder die ruggengraat blijft Suriname een land met mooie regels en zwakke daden.
