De helikopters van het Nationaal Leger staan momenteel opnieuw aan de grond. Dat bevestigt legerwoordvoerder luitenant Giovanny van Kust tegenover Dagblad Suriname. “Ja, dat klopt. De toestellen zijn inderdaad niet in gebruik, om uiteenlopende redenen”, verklaart hij. Betrouwbare bronnen melden dat de toestellen wachten op een servicebeurt door Indiase technici. “Er zou sprake zijn van een betalingsachterstand, waardoor de toestellen voorlopig niet mogen vliegen”, aldus een bron.
Chetak
De Chetak-helikopters, geleverd door het Indiase bedrijf Hindustan Aeronautics Limited (HAL), vormen de ruggengraat van de luchtvloot van het Surinaamse leger. Ze werden in 2015 aangeschaft via een kredietlijn met India, maar de samenwerking kent sindsdien meerdere onderbrekingen. Al in 2024 berichtte Dagblad Suriname over vertragingen in de periodieke inspecties, waardoor de drie heli’s destijds maandenlang aan de grond stonden. Toen verklaarde Defensie dat de inspecties werden uitgevoerd en dat testvluchten waren gestart, in afwachting van vrijgave.
De huidige stilstand lijkt echter langer te gaan duren.
Sinds de herschikking van de bilaterale schulden met India moeten onderhoudsprogramma’s opnieuw worden goedgekeurd. Hoewel volgens vroegere verklaringen van oud-Defensie-minister Krishna Mathoera reeds een betaling was verricht, is het wachten op de nieuwe planning van HAL-monteurs. Zolang die niet arriveert, blijven de heli’s stilstaan op de basis in Zorg en Hoop.
Operationele gevolgen
De terugkeer van de onderhoudsproblemen betekent een forse beperking voor de luchtcapaciteit van het leger. De Chetaks worden normaal ingezet voor verkenningen, medische evacuaties en ondersteuning bij rampen. Zonder deze toestellen is Defensie afhankelijk van externe partners voor luchtverplaatsingen. “Mobiliteit in de lucht is cruciaal”, waarschuwde Mathoera vorig jaar nog. “Als overheid moet je niet afhankelijk zijn van derden.”
Achterliggende context
De situatie legt de kwetsbaarheid van Suriname’s militaire infrastructuur bloot. Het land beschikt over slechts enkele operationele luchtvaartuigen, waarvan de meeste afhankelijk zijn van buitenlandse onderhoudscontracten.
De samenwerking met India is strategisch belangrijk, maar blijft gevoelig voor administratieve en financiële vertragingen. Totdat de onderhoudsploeg uit India arriveert en de betalingskwesties zijn opgelost, blijven de helikopters aan de grond, een herinnering dat luchtveiligheid en financiële discipline hand in hand moeten gaan om Suriname’s luchtmacht operationeel te houden.
