“Jaren van liefde zijn vergeten, in de haat van een minuut.” Het waren de woorden die Anna fluisterde toen ze de deur achter zich dichttrok. Haar stem trilde, niet van woede, maar van verdriet.
Mark bleef achter in de woonkamer, starend naar de lege stoel tegenover hem. “Hoe kan je alles vergeten, alles wat we samen hebben opgebouwd, om één moment van boosheid?”, vroeg hij zichzelf hardop, alsof de muren hem een antwoord konden geven.
Anna liep ondertussen door de straat, haar gedachten overspoeld door herinneringen. De wandelingen langs de rivier, de nachten vol gesprekken, de kleine gebaren die ooit zo vanzelfsprekend waren. En toch, één uitbarsting had alles overschaduwd. “Misschien had ik niet zo fel moeten reageren”, mompelde ze, terwijl tranen haar wangen brandden.
Mark liet zich zakken in de bank. “Het is niet de ruzie die pijn doet”, zei hij zacht. “Het is de manier waarop liefde wordt uitgegumd door een enkel woord.”
Later die avond belde Anna toch aan. “Weet je”, zei ze aarzelend, “ik wil niet dat minuten van haat de herinneringen van jaren uitwissen.”
Mark keek haar aan, zijn ogen moe maar hoopvol. “Dan laten we die minuut begraven, en de jaren weer tot leven brengen”, antwoordde hij.
Hun verhaal leert dat liefde fragiel is: een klein moment kan een groot verleden overschaduwen. Maar wie kiest voor herinnering boven wrok, vindt soms opnieuw de weg naar elkaar.
