Met het initiatiefvoorstel Wet Openbaarheid Bestuursinformatie zet Suriname een stap richting modern bestuur. Burgers krijgen formeel het recht om informatie bij de overheid op te vragen, zonder dat zij hoeven uit te leggen waarom.
Dat klinkt als een overwinning voor de democratie. Maar wie dieper leest, ziet meteen waar de pijnpunten liggen.
De uitzonderingen zijn omvangrijk: staatsveiligheid, internationale betrekkingen, economische belangen, privacy en concurrentiegevoelige gegevens. Zelfs interne beleidsopvattingen blijven achter slot en grendel. De vraag rijst: wat blijft er dan over voor de burger die de overheid kritisch wil volgen?
Daarbij treedt de actieve openbaarmakingsplicht pas twee jaar na inwerkingtreding in. Dat is kostbare tijd in een land waar corruptie en wanbestuur geen abstracte begrippen zijn, maar dagelijkse realiteit. Een wet die belooft transparantie te brengen, mag geen achterdeur openlaten voor geheimhouding.
De essentie van democratie is dat de macht gecontroleerd wordt door burgers, journalisten en volksvertegenwoordigers. Als de uitzonderingsgronden te breed zijn, dreigt deze wet te verzanden in bureaucratie en schijntransparantie.
Suriname heeft geen wet nodig die de schijn wekt van openheid, maar een instrument dat daadwerkelijk het licht laat schijnen op de donkere kamers van de macht.
Jerrel O. Snijders
